Van Borssum Buisman gegevens en werken

Publicaties        

 

 

Boek: Jan van Borssum Buisman: Kunst en vrijheid. Leven en werken van een Haarlems beeldend kunstenaar.

Willem Veenhoven,  2021

 

Jan van Borssum Buisman (1919-2012) was Haarlems kunstenaar in hart en ziel.

Hij is geboren in het Fundatiehuis van Teylers Museum en heeft zijn verblijf in Haarlem alleen onderbroken voor studie en verzet. In 1942 zag hij kans aan de Duitse bezetter te ontsnappen met een spectaculaire vlucht naar Zwitserland. Daar sloot hij zich aan bij de Inlichtingendienst Zwitserse Weg in Genève. Ook begon hij een  opleiding tot beeldend kunstenaar. Na de oorlog ontwikkelde hij zich verder tot beeldhouwer bij Oswald Wenckebach in Delft en aan de Académie des Beaux Arts in  Parijs. Na terugkeer in Haarlem volgde hij zijn vader Hendrik op als kastelein en later ook als conservator kunstverzamelingen van Teylers Museum. In deze fase verplaatste hij zijn aandacht van  decoratief beeldhouwwerk naar portretkunst, in een los figuratieve stijl. Zijn meest bekende beelden in Haarlem zijn die van Bilderdijk in. Brinkmann aan de Grote Markt en Coornhert in het gelijknamige Lyceum. Dit boek accentueert de fijnzinnige kwaliteit van het werk van Jan Buisman en de centrale plaats die hij had in het culturele leven in Haarlem.

 

Dit boek kan vanaf 10 maart 2021 worden besteld via internet of bij de Boekhandel

Zie ook www.vanborssumbuismanstichting.nl

 

Hendrik van Borssum Buisman

 

Publicatielijst nader vast te stellen

 

 

Jan van Borssum Buisman

 

Van Borssum Buisman JH, Baard HP. Museumbezoek Haarlem, Thorbecke, 1967

Van Regteren Altena IQ, van Borssum Buisman JH, de Bruyn Kops CJ.

            Wybrand Hendriks, Tentoonstellingscatalogus Teylers Museum, 1972

Van Borssum Buisman JH. In Studies en bijdragen over Teylers Stichting naar aanleiding van       het tweede eeuwfeest. Schuyt en Co, Haarlem, 1978

Van Borssum Buisman JH. Wybrand Hendriks en de optica.

            Teylers Museum Magazijn 1 p 1-4, 1983

Van Borssum Buisman JH. Geertje Dircksz nader bezien. Teylers Museum Magazijn 2 p5-7,         1984

Zie ook bovengenoemd boek

 

Jan Hendrik van Borssum Buisman

Haarlem, 9 maart 1919 – aldaar 23 februari 2012)

P.E. van Poelgeest-Zuurhout


Levensloop en opleiding


Jan van Borssum Buisman kwam ter wereld in een inspirerende omgeving, het Fundatiehuis aan de Damstraat in Haarlem, het voormalige huis van Pieter Teyler van der Hulst, behorend bij het Teylers Museum.
Al jong kwam Van Borssum Buisman in contact met kunst en muziek.
In het atelier van zijn vader, kunstschilder en conservator/kastelein van het Teylers Museum, kon hij schilderen en
boetseren, terwijl zijn muzikale moeder hem tot cello spelen inspireerde.
Voor de functie van conservator/kastelein dient – zo wil het testament van Teyler – bij voorkeur een kunstenaar gekozen te worden. Jan van Borssum Buisman kon deze functie na de dood van zijn vader overnemen, eerst als adjunct-conservator onder prof. Van Regteren Altena, later als conservator, tot hij in 1984 werd gepensioneerd.
De opleiding van Jan van Borssum Buisman (hierna JvBB) leek in de richting van de architectuur te gaan. In 1939 begon hij de studie aan de Technische Hogeschool in Delft, afdeling bouwkunst. Hij bleef hier tot de bezetter tijdens WO II
de school sloot. Een arrestatie bracht hem ertoe deel te nemen aan het georganiseerde verzet.
In 1942 vertrok hij naar Genève waar hij onder de dekmantel van aankomend kunstenaar aan de Académie des Arts Appliqués als leerling van Facquet, werkte als koerier voor de zogenaamde Zwitserse Weg.
Na de oorlog ging hij lessen volgen in beeldhouwkunst bij prof. Dr. Wenckebach die hij had leren kennen op de T.H
in Delft. Dankzij een aanbeveling van zijn leermeester kreeg hij een beurs voor de Ecole des Beaux Arts waar vooral de docenten Saupique die les gaf in hakken en Gaumont die boetseren doceerde indruk hebben gemaakt. Onder leiding van Saupique heeft hij samen met klasgenoten een jaar lang gewerkt aan de decoratie van een 19e eeuwse neo-romaanse kerk
in Neuilly. Elk van de leerlingen kreeg een kader in het timpaan toegewezen waarin een bijbelse voorstelling gehakt moest worden.
In zijn z.g. Franse tijd heeft JvBB een half jaar gewerkt aan de Académie de la Grande Chaumière in Paris, waar het kort na de oorlog een trefpunt van kunstenaars was. Ook het atelier van Zadkine heeft hij leren kennen, via een vriendin die daar werkte en hem wel eens meenam.
De kunstenaar heeft enige tijd les gegeven aan een clubje mensen maar is hiermee gestopt wegens tijdgebrek.
Lid van groep of kring
Jan van Borssum Buisman is enkele jaren lid geweest van KZOD (Kunst Zij Ons Doel). In 1952 stapte hij over naar de dat jaar opgerichte kunstenaarsvereniging De Groep, waar hij mee deelnam aan de jaarlijkse groepstentoonstellingen. Hij vindt jammer dat de jarenlange hechte samenhang van deze groep de laatste jaren verslapt.
Mede namens de Kring van Nederlandse Beeldhouwers heeft hij voor de Salon de la jeune sculpture in Parijs in 1950 de Nederlandse inzending georganiseerd. Hieraan namen behalve hijzelf ook deel: Han Wezelaar, Bertus Sondaar, Piet Esser, T Rozenburg en Piet Damsté.
De aard van zijn werk – voorheen vooral bouwbeeldhouwwerk en later vooral portretten – brengt mee dat aansluiting een galerie of SBK niet zinvol is.


Werk in openbare collecties

Neuilly, kader in een timpaan van kerk
Gevelsculpturen aan diverse PTT-gebouwen, o.a. Roosendaal, Vlaardingen,
Schaik, Langeraar
Portretten in fabriek van Fa. Schoen
Naarden, Singer Museum, tekening
Haarlem, Frans Hals Museum, diverse beelden
Ouwehands Dierenpark, beeld van de stichter
Haarlem, Lorentz Lyceum, Gymnasium, Grote kerk, beelden
Naarden, Raadhuis, beelden aan gevel i.v.m. restauratie opnieuw gemaakt
Veel portretten bevinden zich in particuliere collecties
Tentoonstellingen
1944 Montreux (Zw) groepstentoonstellingen

1949 Haarlem, Heerkens Thijssen groepstentoonstelling
1950 Parijs, Salon de la Jeune Sculpture, groepstentoonstelling
1951 Haarlem Huis van Looy, groepstentoonstelling
1952 Haarlem, Huis van Looy, De Groep
1954 “ “ “
1954 “ , R.K. Leeszaal, solotentoonstelling
1958 Haarlem, Huis van Looy, De Groep
1963 Haarlem, Vishal, De Groep
1965 Haarlem, Vishal, De Groep
1975 Haarlem, Vishal, De Groep
1976 Zandvoort, solotentoonstelling
1978 Haarlem Frans Hal Museum, dubbeltentoonstelling samen met zijn
vader Hendrik van Borssum Buisman

 

Het Haarlems Kunstbedrijf


JvBB heeft zelf enige tijd in de kunstcommissie gezeten waardoor hij weet waarover hij spreekt wanneer hij zegt
het te betreuren dat het er zo ambtelijk toegaat, o.a. bij de aankoop van werk. Hij zou zo graag meer persoonlijke
begeleiding willen. “Het gevaar is toch in algemene zin, dat naarmate musea als belangrijkste koper optreden, je altijd te
maken blijft hebben met commissies”, merkt hij op en voegt hieraan toe het jammer te vinden dat een commissielid niet
persoonlijk aanspreekbaar is doordat er altijd één is die overheerst. Hij zou zo graag willen dat er meer persoonlijk
aangekocht werd.
Dat er op de BKR gekort wordt vindt JvBB niet goed al weet hij geen betere oplossing. Wel zou hij graag “wat
persoonlijker contact in het algemeen van de gemeente-ambtenaren willen”.
Ten aanzien van het tentoonstellingsbeleid heeft de kunstenaar, als lid van de kunstcommissie, er altijd voor
gepleit De Vishal permanent beschikbaar te stellen voor de moderne kunst. “De Vishal zou dan als gist-pot en buiten de
artistieke verantwoordelijkheid van de gemeente kunnen vallen. In het Frans Hals Museum en De Vleeshal zouden dan
de tentoonstellingen gehouden kunnen worden van het museum zelf, zoals internationale-. Groeps- en
thematentoonstellingen suggereert de kunstenaar.
De kunstenaar over zijn werk
Hoe ziet de kunstenaar zijn werk, wie zou hij willen bereiken met zijn kunst en welke ideeën wil hij uitdragen?
“Ik ben geen revolutionair beeldhouwer”, antwoordt JvBB nadenkend en voegt hieraan toe dat hij altijd erg veel
plezier heeft in zijn werk, eigenlijk niet veel pretenties heeft. Wel zou hij “weer een beetje de nadruk willen leggen op
het hakken”.
De kunstenaar kan veel waardering hebben voor voorstellingsloze composities en legt uit dat het tegenwoordig
meer om de architectonische dan de zuiver plastische weergave gaat. “Er is wel eens een onderscheid gemaakt tussen de
z.g. espace-limite en de espace-milieu. De espace-limite geeft een duidelijke scheiding met de ruimte erom heen. De
espace-milieu is holtes maken – je kan er doorheen kijken – er is geen begrenzing in een vorm, maar een ruimtelijke
tekening, het is meer architectuur. Ik ben de man van de espace-limite” kegt de beeldhouwer uit, “ik zie graag een object
met ruimte eromheen die daarop inwerkt, maar niet graag dat je er doorheen kijkt”. Hij is een groot bewonderaar van
Brancusi en houdt veel van marmeren sculpturen die hij echte espace-limite noemt.
Is er sprake van een evolutie is het werk?
JvBB: “Er is altijd een compromis geweest met mijn baan. Ik heb altijd gewerkt met ervaringen. Evolutie is er niet zo
sterk. Het is bij mij niet zoals bij iemand die echt helemaal met zijn vak bezig is. In de beginperiode had ik nog wel
tijd en heb toen grote opdrachten kunnen aannemen zoals het monumentale werk voor de PTT met veel hakwerk. In de
portretten is er wel een zekere evolutie waar te nemen. Door meer levenservaring bij het ouder worden, worden de
contacten met mensen makkelijker en meer ontspannen, ik meen dat je dit ook wel in het werk tegen komt”.
Over het verschil tussen schilderen en beeldhouwen merkt de kunstenaar nog op: “beeldhouwen kan nooit een
moment zijn, je moet een bepaald geduld hebben om tot dingen te komen. Het moet altijd verstild leven zijn”.


Beschrijving van het werk


Bij mijn bezoek aan de kunstenaar heb ik zowel het atelier in de woning als in het tuinhuis bezichtigd. In het tuinhuis, waar
de beeldhouwer vooral het zware werk verricht – hakken afgieten e.d. – staan veel modellen van groter uitgevoerd werk,
terwijl in het atelier in de woning veel tekeningen, aquarellen, houtsculpturen en portretten in klei en brons zijn, evenals
een groot aantal geschilderde portretten van de hand van zijn vader Hendrik van Borssum Buisman.
Om maar te beginnen met de techniek waar het hart van de beeldhouwer het meest naar uitgaat – het hakken in
steen – zal ik enkele werken bespreken.
Allereerst het beeldhouwwerk in het timpaan van de kerk in Neuilly. Hier heeft JvBB een bijbels tafereel gehakt in
hoogreliëf in een kader. Opvallend in dit reliëf is de middeleeuwse traditie waarbij de figuren als het ware gedwongen
worden zich aan te passen aan de z.g. lois-du-cadre.
Anders dan bij bovengenoemd werk is de steensculptuur in hoogreliëf die voorstelt een man die een
telefoongesprek voer, zittend op een bank en de schouders geklemd tussen de omlijsting. Het hoofd met de pet op steekt
buiten de omlijsting. Het geheel is plastisch en treffend weergegeven in een summiere stijl.
Eveneens gehakt is steen zijn twee bij elkaar behorende reliëfs met voorstellingen van Hercules op de tweesprong.
Op het linker reliëf kijkt de held neer op een lager geplaatste schone maagd, de personificatie van genot en zinnelijkheid.
Het andere laat Hercules zien terwijl hij omhoog kijkt naar een hoger geplaatste figuur, de personificatie van de deugd,
voorgesteld door een vrouw in tunica en mantel met de uil der wijsheid op haar schouder. Hercules en de Deugd toont de
held in een naar de godin toegewende pose, de rug naar de kijker gewend en de knots in een hand op de rug. Hercules en
het Genot daarentegen laat de held zien terwijl hij zijn lichaam reeds van de vrouw afwendt maar nog even op haar
neerkijkt en met beide handen de knots voor zich houdt. Op bijna klassieke wijze zijn de figuren en hun draperieën
uitgewerkt, hoewel de plaatsing op verschillende niveaus m.i. een vondst van de kunstenaar zelf is.
Van een heel andere stijl is een gevelsculptuur die midden boven een deur, op de omlijsting is aangebracht. De
zintuigen Het Gehoor en De Stem worden hier voorgesteld door middel van een mannenhoofd waarbij een hand voor het
oor en een hand voor de mond, tezamen met twee zigzag pijlen deze zintuigen weergeven. Hier is, in tegenstelling tot de
bovengenoemde plastische beeldhouwwerken, vlakmatig gewerkt. De delen zijn hoekig, bijna facetmatig uitgewerkt
waardoor het geheel goed aansluit bij de omlijsting van de deur waarboven het is geplaatst.
Tenslotte dient nog vermeld te worden het beeld van twee worstelaars, De Krachttoer, geplaatst op de binnenplaats
van het Lorentz Lyceum in Haarlem. Het is 1.60 m hoog en uitgevoerd in Franse kalksteen. Een knielende man tilt de ander
op waarbij diens romp en benen de lucht in steken. Het geheel vertoont een lichte draaiing in de lengte as. Hoofd en
schouders zitten nog gedeeltelijk in de steen verborgen waardoor de massiviteit en zwaarte wordt benadrukt tot een boeiend
geheel.
Hoewel de kunstenaar ook portretten in steen heeft gehakt, wil ik mij beperken tot het bespreken van enkele
bronzen. Geboetseerd in grove of fijn korrelige chamotteklei, maakt de kunstenaar zelf de gietvorm in gips. Ook de
afgietsels in gips zijn van zijn hand. Het gieten in brons en het patineren besteedde hij uit.
Opvallend zijn de portretten van zijn vader, dat van professor I.Q. van Regteren Altena en van Kees Verwey. Alle
drie zeer karakteristiek weergegeven. De twee eerstgenoemde portretten zijn in fijnkorrelige chamotte, dat van Verwey in
een grover soort klei. Door de wijze van opbouw met kleine bolletjes klei, welke zodanig worden gemodelleerd tot een
oppervlak met voldoende holtes, ontstaat er – door het spel van licht en schaduw en het inwerken op de omringende ruimte
– een boeiend effect.
Heel vertederend zijn de kinderportretje met hun soms wat dromerige en kwetsbare blik in de ogen en goed
getroffen profiel, waardoor zij als het ware de kinderziel tonen. De portretten laten op gevoelige wijze “verstild leven” zien
– zoals de beeldhouwer meent dat beeldhouwkunst moet zijn.
Ontroerend mooi is het portret van een jongetje, uitgevoerd in grove chamotte, met in zichzelf gekeerde blik en een
aureool van kwetsbaarheid om zich heen. Heel anders daarentegen is het portret van een baby. Ondanks de mollige
vormpjes en lieflijkheid zien we al een sterke persoonlijkheid in de gedecideerde blik van het kindje.
Het is meer dan alleen technische vaardigheid die tot deze boeiende portretten heeft geleid. Intensief contact met
het model is daar één aspect van.
Hoewel ook de tekeningen, aquarellen, reisschetsen en studies genoemd dienen te worden heb ik mij tot
bovenstaande beperkt.


Dit artikel kwam tot stand aan de hand van een interview met de kunstenaar op 20 juni 1985 te Haarlem, als activiteit binnen een werkgroep beeldhouwkunst van de RU Leiden.